Ingezonden brief van Joost van der Haak
Deze keer gezellig met al die technisch specialisten toeren in een stukje oude Franse techniek, de Deux Chevaux.
Nu ik dit zo schrijf bedenk ik me hoe bijzonder het is om deze dag met allemaal “knappe koppen” rond te toeren in “lelijke eendjes”.
Na deze soms heel avontuurlijke tocht, onder het genot van een hapje en drankje even bij kletsen. Dus eigenlijk na het tochtje over de dijken, langs de velden, langs koetjes en kalfjes gesprekken over “andere koetjes en kalfjes” maar natuurlijk ook over hoe het gaat in “het veld”.
Daar zo zittend met een “0.0” bedacht ik me hoe mooi en hoe groots ons “kouwe kikker landje” eigenlijk wel niet is. Hoe techniek en arbeid in de onze geschiedenis en onze genen verweven zit.
De dijken, de molens die er al eeuwen voor zorgen dat wij droge voeten houden. Het is misschien wel het voorbeeld hoe wij in ons land steeds weer nieuwe uitdagingen aangaan.
Die windmolen, dat stoomgemaal, ze staan voor onze geschiedenis terwijl technisch specialisten – zoals die van Acutec – werken aan nieuwe technieken, oplossingen en noem zo maar op, om ons kleine, maar prachtige land draaiende te houden.
Zag ik vroeger die oude donker rode of donker groene boemel treinen rijden die je met hun zware diesel motoren van ver al kon horen aankomen. Zijn nu mannen ’s nachts bezig om er voor te zorgen dat de treinen soepeltjes door ons landschap gaan.
Wim Sonneveld zong in zijn vertaling van La Montagne van Jean Ferrat zo mooi: “ik was een kind hoe kon ik weten…..”. En ja, er is veel veranderd, was ik vroeger blij met een vinkje bij mijn werkje op school, want ik had het goed gedaan.
Had ik toen niet gedacht dat deze vinkjes nu zo’n andere betekenis zouden krijgen. “Er zijn 2 blauwe vinkjes, waarom reageer je dan niet even?…”
Nee, misschien zijn niet alle nieuwe technieken zo’n vooruitgang. Hoe mooi is het dat we nu alle data “in the cloud” kunnen opslaan, we daardoor overal waar internet is bij deze data kunnen, we er mee kunnen werken, dat we thuis kunnen werken.
De andere kant is dan wel dat er in onze mooie landschap, met de bekende blauwe wolken luchten, nu steeds meer blokkendozen van datacenters verrijzen. Nu vraag ik me meer dan eens af, kan dit niet anders?
En ja, ik denk het wel. Want als ze in Utrecht kunnen bedenken dat toen de IKEA wou uitbreiden, maar de sportclub die er naast zat graag zijn veld wou houden om het sportveld op het dak van de parkeergrage te plaatsen, waarom zouden we dan niet een kas verwarmen met de warmte die vrijkomt bij zo’n data center. Of het koelwater dat nodig is voor alle rekenkracht van AI gebruiken voor het verwarmen van die wildwaterbaan waar we “Ai Ai Ai, juigend” en met veel plezier naar beneden roetsen. Hoe mooi zou het zijn, als straks een van die technisch specialisten op zo’n manier laat zien waar Nederland groot in is!
