Na de discussies over stroomslurpende datacenters en digitale soevereiniteit ligt er nu een nieuw, controversieel voorstel op tafel: een AI-gigafabriek van 22,5 miljard euro. Volgens het rapport-Wennink moet dit megadatacentrum de “digitale soevereiniteit en economische weerbaarheid” van Nederland en Europa versterken, zo meldt NOS. Wetenschappers zetten daar stevige vraagtekens bij.
Rekenkracht op nationale schaal
De voorgestelde AI-gigafabriek zou een vermogen krijgen van 250 tot 750 MW. Aan de bovenkant is dat vergelijkbaar met het stroomverbruik van zo’n 2,5 miljoen huishoudens. Het idee: grootschalige rekenkracht beschikbaar maken voor AI, halfgeleiders, quantumtechnologie en robotica. Wennink noemt dat een strategische basisvoorziening voor de toekomst.
Dat sluit aan bij het pleidooi uit het artikel van Acutec “Nederlandse cloud: strategische versnelling nodig”: meer digitale autonomie vraagt om eigen infrastructuur. Maar hier wringt het ook.

Energie als harde randvoorwaarde
In “Datacenters: stroomslurpers met strategische waarde”- artikel van Acutec, werd al duidelijk dat datacenters nu 4,6% van de Nederlandse stroom verbruiken en in 2030 mogelijk 10–15%. Een AI-gigafabriek zou die trend fors versnellen. AI-onderzoeker Alex de Vries-Gao noemt het plan “van de zotte”: meer vraag betekent, op korte termijn, meer fossiele opwek en hogere energieprijzen.
Wenninks argument dat de fabriek investeringen in wind op zee zou stimuleren, wordt door experts als vergezocht bestempeld. Engineers weten: opwek, netcapaciteit en timing moeten kloppen. Extra vraag creëert niet automatisch extra groene stroom.
AI-hype versus gerichte innovatie
Onderzoekers waarschuwen voor “onomkeerbare investeringen in onzekere technologie”. Veel maatschappelijk nuttige AI-toepassingen (in zorg, wetenschap en industrie) draaien prima op kleinere, gespecialiseerde modellen. Daar is geen hyperscale AI-fabriek voor nodig.
De echte explosie in rekenkracht komt vooral van generatieve AI zoals ChatGPT. Die modellen zijn commercieel interessant voor Big Tech, maar hun maatschappelijke rendement is lastiger hard te maken. Dat staat haaks op het idee dat publieke belangen centraal staan.
Waar versterken de lijnen elkaar?
Digitale infrastructuur is strategisch, maar energie en maatschappelijke waarde zijn de beperkende factoren. Digitale autonomie (Nederlandse cloud) en innovatie (AI-ambities) vragen om datacenters, maar niet per se om maximale schaal.
De ingenieursvraag blijft: ontwerpen we voor hype en piekbelasting, of voor gerichte rekenkracht met maximale efficiëntie? De AI-gigafabriek dwingt Nederland om die keuze expliciet te maken.
