Huizen bouwen in een fabriek als oplossing voor de woningnood? ‘Het biedt kansen’

Worden er binnenkort hele wijken uit de grond gestampt met in elkaar geschroefde woningen uit de fabriek? Als het aan veel bouwers ligt wel, maar er zijn nog bezwaren.
Prefab, woningen die gebouwd worden met kant-en-klare onderdelen uit de fabriek, is allesbehalve een nieuwe uitvinding. Maar door het grote tekort aan woningen lijkt deze methode weer interessant: het is immers snel en goedkoop.

Minder kosten, minder personeel
Voor veel bouwbedrijven is het maken van prefab-woningen interessant. De eenmalige investering is hoog, maar daarna kan er sterk worden bezuinigd op personeelskosten, bijvoorbeeld op het gebied van bouwvakkers en architecten.
Hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer ziet zeker toekomst in prefab-bouwen. “Maar je moet het organiseren. Het probleem is dat de woningbouwmarkt in Nederland zo is ingericht dat er per gemeente allerlei verschillende eisen en kosten zijn.
De schaarse grond in combinatie met de regelgeving leent zich volgens Boelhouwer niet meteen voor grootschalige bouw van prefab-woningen. Hij noemt Japan als een voorbeeld van een land waar al heel lang succesvol wordt gebouwd met prefab. “Die huizen worden gemaakt van kunststof die je kan recyclen. Ze worden na een paar jaar weer weggehaald en vervangen.

Metselrobot
Biense Dijkstra, CEO van van Bouwgroep Dijkstra Draisma, is in ieder geval enthousiast. Hij heeft zijn bedrijf gerobotiseerd en maakt nu al dit soort woningen. “Met de auto-industrie als voorbeeld. We waren het eerste bedrijf dat een metselrobot had. Die bestond gewoon nog niet.
Eén van de huizen die Dijkstra kan maken is de zogenaamde ‘droogstapelwoning’, een huis van kant-en-klare onderdelen dat binnen één dag kan worden neer gezet. “Verleden jaar hebben we 643 prefab-huizen gemaakt. We hebben nog een beetje stress over de continuïteit van onze productie. We hebben hier in Noord-Nederland vaak te maken met kleine opdrachten. Soms maar 8 of 16 woningen per opdracht. We proberen de productie gevuld te houden.
Hoogleraar Boelhouwer ziet daarin een probleem. “Je moet kunnen standaardiseren, zodat je kan bouwen in grote hoeveelheden. Dat is in Nederland, door onze structuur, juist lastig. De bouw is toch vaak kleinschaliger.

Prefab-dorpen in Friesland en Groningen?
De noordelijke provincies Friesland, Groningen, Drenthe en Flevoland meldden afgelopen maand de komende jaren 220.000 extra huizen te kunnen gaan bouwen, als er ten minste 9,5 miljard euro kan worden geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur.

Grootschalig bouwen is juist in die provincies een realistisch plan, denkt Boelhouwer. “In stedelijke gebieden heb je, naast minder ruimte, te maken met hogere kosten en allerlei welstandscommissies.

Dijkstra, momenteel al actief in het noorden, ziet het ook zitten, maar heeft wel een voorwaarde. “Zorg dat er sneller vergunningen komen, anders realiseer je de ambitie niet. De trage vergunningverlening staat de bouwambitie in de weg.

Hebben we in Friesland, Groningen en Drenthe straks enclaves van prefab-woningen met daarin voormalige Utrechters en Amsterdammers? Boelhouwer: “Dat zou zo maar kunnen. Vooral langs het spoor kunnen dat soort gemeenschappen ontstaan.